Digitale levering  

Als een partij geleverd wordt aan de afnemer dan moet op elke pallet een label met daarop de kenmerken van de producten op de pallet staan, naast natuurlijk de labelling in AGF die per fust verplicht is. Op dit label moet verplicht de EAN-verzendcode staan, oftwel de SSCC, zowel in barcode als in mensleesbare vorm.

 
Homogene ladingdrager  
Nu kan de pallet op twee manieren opgebouwd zijn, hetzij homogeen of heterogeen. De informatie die op het label gezet wordt is meestal verschillend behalve het verplichte deel. Indien de pallet bestaat uit dezelfde producten in gelijke aantallen/gewicht en in gelijke verpakking/ fust dan wordt dit ook wel een homogene ladingdrager genoemd. Hiervoor wordt geadviseerd de volgende extra informatie op het label te zetten:
  • NAW-gegevens van de verzender
  • GTIN AI(02) en aantal AI(37)
  • Batch AI(10)
  • THT AI(15) bij retaillevering, anders oogstdatum AI(11)
 
Heterogene ladingdrager
Andere informatie kan via het verzendbericht achterhaald worden. Indien de pallet uit verschillende producten en/of verpakkingen opgebouwd is dan spreken we van een heterogene ladingdrager. Hiervoor wordt geadviseerde de volgende extra informatie op het label te zetten:
  • NAW-gegevens van de verzender
  • GLN eindbestemming in tekst en barcode AI(413)
AI staat voor Application Identificier en geeft tussenhaakjes de code aan die in de EAN-128 verzendcode wordt gebruikt voor de genoemde informatie.

GS1 heeft de lijst met betekenissen van AI’s beschikbaar op het extranet (inlogcode nodig, maar die krijgt u als u lid bent van GS1). Hier kunt een u voorbeeld van een EAN-label zien met uitleg erbij.

 
Publicaties  
 
Kennisdossies